Een klacht kan door de directeur of het bestuur gegrond worden gevonden (waarbij het bestuur het laatste woord heeft). Ook kunnen klachten uiteindelijk gegrond worden verklaard na een gerechtelijke procedure. De consequenties daarvan (i.c. de opvolging van een gegronde klacht) kunnen liggen in een mondeling of schriftelijk excuus, een noodzakelijk geachte aanpassing van de organisatorische inrichting of personele bezetting van de Stichting, financiële genoegdoening van benadeelde(n) of anderszins. Besluiten over aard, invulling en timing van deze consequentie(s) dienen door het bestuur te worden genomen, evenals de eventueel te voeren wijze van communicatie terzake en de aanwijzing van een woord- of penvoerder in dezen. Zolang het bestuur dergelijke besluiten nog niet genomen heeft, is het niemand in de Stichting (bureau, directeur noch individuele bestuursleden) toegestaan over de klacht extern te communiceren (ook niet naar klager). Tot het moment van dit bestuursbesluit heeft een ieder in de Stichting een algemene zwijgplicht en geheimhoudingsplicht over de betrokken klacht. Niet naleving hiervan is een grond voor ontslag.